Volgens Helene Landemore (professor politieke wetenschappen aan Yale University) is cognitieve diversiteit belangrijker in deliberatie dan individuele intelligentie. Ofwel: het is belangrijker dat de mensen die met elkaar in debat gaan over politieke onderwerpen (bijvoorbeeld tijdens een G1000) op verschillende manieren denken en thema’s vanuit een verschillende invalshoek kunnen benaderen, dan dat ze een bepaalde mate van intelligentie hebben. Uiteraard zijn bepaalde basale vaardigheden en dus ook een minimale mate van intelligentie nodig om met elkaar in gesprek te gaan over democratie, maar democratie is zeker niet voorbehouden aan hogeropgeleiden.

Landemore betoogt dat een groep met een hoge mate van cognitieve diversiteit slimmere en creatievere oplossingen kan verzinnen. Het gaat Landemore dus meer om de instrumentele waarde van democratie (wat kun je ermee bereiken) dan om de legitimiteit van de besluiten. Maar het toont wat mij betreft in elk geval aan hoe belangrijk het is om ook bij en G1000 te streven naar een zo divers mogelijke groep deelnemers.

Het artikel waarin Landemore haar ideeën over het belang van cognitieve diversiteit uiteenzet, is te lezen in het Journal of Public Deliberation. Alle artikelen uit dit wetenschappelijke tijdschrift zijn vrij te lezen. Zie hier het artikel van Landemore.

Share This