Door Harm van Dijk

‘Maatschappelijke Onvrede – Beleid dat te weinig rekening houdt met de ervaringen en motivaties van burgers, ondergraaft het sociale contract tussen burgers en samenleving en voedt het maatschappelijk ongenoegen’ – Kim Putters in ESB, juni 2019. 

Het verwerven van draagvlak bij burgers om structurele maatschappelijke problemen aan te pakken wordt meer en meer een uitdaging. Overeenstemming met maatschappelijke partners en richtinggevende adviezen van adviesraden zijn niet langer een garantie voor voldoende draagvlak bij de bevolking en uitvoerbaarheid van beleid.

De onderhandelingen met en tussen maatschappelijke partners – soms nogal eufemistisch ‘dialoog’ genoemd – leveren geen of veel te weinig resultaten op. De partij die het langzaamste beweegt, bepaalt uiteindelijk het tempo. Als er een resultaat wordt gepresenteerd, dan stroomt regelmatig het Malieveld alsnog vol met een achterban die zich bij monde van haar vertegenwoordigers achter het onderhandelingsresultaat had gevoegd!

Conclusie: de bestaande arrangementen schieten te kort. Uitbreiding met nieuwe arrangementen die recht doen aan het burgerperspectief zijn aan de orde, burgers willen een directe stem bij de bepaling van richting en impact van beleid.

Tijd dus voor een nieuwe aanpak: de burger rechtstreeks raadplegen, zonder tussenkomst van belangenvertegenwoordigers. Maar dan wel in een setting waarbij hij/zij zich bewust is van het grotere geheel waarvoor wij als burgers gezamenlijk verantwoordelijkheid hebben. En niet in een setting waarin hij/zij als een soort van ‘woonconsument’ het blote eigenbelang als uitgangspunt neemt. Grootschalige dialoogprocessen – in vaktermen LSI’s (Large Scale Interventions) genoemd – bieden dat perspectief. Na het doorlopen van een gezamenlijk groepsproces ontstaat ‘common ground’, bewustzijn van het algemene belang en een vorm van overeenstemming tussen de deelnemers over de richting waarin hiervoor oplossingen gevonden moeten worden.

Een nieuwe en succesvolle manier om dat te doen is het Burgerberaad G1000, een vorm van directe democratie waarbij met gebruikmaking van loting, dialoog en het hele systeem in de zaal, brede overeenstemming bereikt wordt tussen de deelnemers over visie- en beleidskeuzes. Het resultaat van dit Burgerberaad is een succesvolle integratie van het burgerperspectief in het beleid. Op lokaal en regionaal niveau is uitgebreid ervaring opgedaan met dit typisch Nederlandse arrangement en is de werking ervan uitgebreid geëvalueerd.

G1000.nu, het Platform wat de organisatie van G1000-en in Nederland ondersteunt en daar supervisie op houdt, is een burgerinitiatief uit 2013. Zij heeft zich erop toegelegd een specifieke LSI te ontwikkelen gericht op democratische besluitvorming. Een Burgerberaad wat niet alleen leidt tot common ground, maar ook een concreet resultaat levert wat direct bruikbaar is in de besluitvorming omdat het zo goed aansluit op de beleidswereld. Dat is belangrijk, omdat de bruikbaarheid ervan afhankelijk is van haar onafhankelijkheid, haar betrouwbaarheid en de mate waarin in de ogen van de burgers ook daadwerkelijk geleverd wordt. Inmiddels is de methode van het Burgerberaad G1000  26 keer succesvol toegepast op lokaal en regionaal/provinciaal niveau voor een diversiteit aan vraagstukken: www.g1000.nu

Wij doen een oproep aan de politieke partijen in Nederland het Burgerberaad G1000 structureel in gaat zetten bij besluitvorming.  Op nationaal niveau hebben wij een voorstel gedaan voor een G1000 over de toekomst van de landbouw – www.boerburgerdialoog.nl. En voor een G1000 voor het formuleren van een breed gedragen klimaat- en energiebeleid. Op provinciaal en lokaal niveau ondersteunen wij nu al op tal van plekken de inzet van het Burgerberaad G1000. We vragen de overheid om de inzet van het instrument Burgerberaad G1000 te stimuleren en te faciliteren en burgers zo daadwerkelijk zeggenschap te bieden in de  besluitvorming.

Deliberatie:

Een G1000 hoort internationaal gezien tot de school van de deliberatieve processen. Binnen die school zijn een aantal typologieën te onderscheiden:

  • Burgerberaad G1000: een grote groep gelote burgers, op dit moment tot max. 1.000 deelnemers, die met behulp van dialoog in een geleid proces stap voor stap een onderwerp met elkaar uitwerken tot concrete beleidsvoorstellen. De uitkomsten worden in de vorm van een Burgerbesluit voorgelegd aan de politiek met het verzoek het Burgerbesluit te vertalen in beleid en uit te voeren. De deelnemersgroep bestaat uit het ‘hele systeem’: inwoners (die door zorgvuldige naselectie – stratificatie – zo goed mogelijk de demografie van de bevolking weergeven), werkgevers of professionals, politici en ambtenaren;
  • Burgerpanel: een relatief bescheiden groep gelote burgers, 48-150, die door zorgvuldige naselectie – stratificatie – zo goed mogelijk de demografie van de bevolking weergeven. Het panel wordt, na uitgebreid geïnformeerd te zijn door deskundigen, gevraagd om een oordeel te geven over het vraagstuk wat aan de orde is. In Angelsaksische landen en landen zonder een participatietraditie, een populaire vorm. Interessant als je iets van de burgers wilt weten ipv de burgers betrekken, heeft als zodanig veel weg van een Focusgroep;
  • Burgerraad: een verzameling gelote burgers, soms aangevuld met politici, die voor korte of langere tijd geïnstalleerd worden om vraagstukken die door burgers en/of overheid ingebracht worden, te onderzoeken, te bespreken en vervolgens een advies uit te brengen. In Nederland toegepast als een modernisering van de wijkraad;

Kenmerk van al deze vormen is dat er gewerkt wordt met lotingen dialoog. Waarom is dat belangrijk:

  • Loting: Unusual suspectsin de zaal. Op een eenvoudige manier breken we met loting door de kring beroepslobbyisten en enthousiaste belangenvertegenwoordigers die zich als een schil rond machtscentra verzamelen om input in de beleidsprocessen te leveren. In plaats daarvan krijgen we te maken met ‘echte’ inwoners van de gemeenschap, die, mits ze nog niet ‘gedomesticeerd’ zijn door een te langdurig verblijf in de omgeving van de macht, de echte stem van een burger laten horen.

Een uitdaging hierbij is om alle verschillende stemmen aan bod te laten komen. Om die reden wordt na de eerste ronde van loting/uitnodiging/aanmelding een tweede loting toegepast om uit de aanmelders een voldoende diverse populatie te selecteren waarin alle stemmen vertegenwoordigd zijn – stratificatie;

  • Dialoog: Deelnemers komen soms met volle zeilen de zaal binnen: ‘Ik laat me geen oor aan naaien door de overheid’. Deelname aan de dialoog en het luisteren naar andere deelnemers laat hen kennis maken met een scala aan andere invalshoeken op het vraagstuk. Dat geeft een veel bredere blik op het vraagstuk en op het geheel van de gemeenschap. Zodra dit bewustzijn van ‘het geheel’ ontstaat, relativeren 99 van de 100 deelnemers het eigen standpunt ten gunste van het geheel. Wij noemen dit het ‘wakker worden van het burgerbewustzijn’. Vanaf dat moment zitten er geen afzonderlijke groepen inwoners, politici, ambtenaren of werkgevers in de zaal, maar uitsluitend nog burgers die samenwerken om een probleem voor hun gemeenschap op te lossen. Wat daarbij helpt is dat als je vraagt wat zij belangrijk vinden, 90% van de deelnemers het daarover hartgrondig met elkaar eens is. We verleggen in een dialoogproces de aandacht dus van waar mensen het oneens zijn naar waar mensen het over eenszijn, een vruchtbare bodem om gezamenlijk tot oplossingen te komen.

 

Share This