In het jaarboek 2017 van de Griffiers gaan Bert Blase en Piet Hein Donner in een emailwisseling in gesprek over de vernieuwing van de democratie. Dat levert een mooie kijk op beide kanten van de democratische medaille op.

In een ‘gesprek’ tussen Vice voorzitter van de Raad van State Piet Hein Donner en waarnemend burgemeester van Heerhugowaard en voorman van ‘Code Oranje’ Bert Blase wordt het verschil tussen de staatsrechtelijke kaders en de maatschappelijke drang naar vernieuwing op een heldere manier blootgelegd. Donner staat voor de instituties en het recht van de burger op bescherming tegen andere burgers en een overheid die zich niet aan de regels houdt. Dat is een groot goed en recente ervaringen met de Brexit en het Oekraïenereferendum maken duidelijk dat directe democratie niet Donner’s voorkeur heeft. Blase vindt dat er meer smaken zijn dan alleen representatief of direct. Je kunt ook samen met burgers beleid ontwikkelen. Dat is Donner met hem eens: ‘Er moet inderdaad onderscheid worden gemaakt tussen burgerparticipatie, inspraak en publieke besluitvorming. De eerder door mij geformuleerde overwegingen gelden alleen voor die besluiten waarbij mij verplichtingen, beperkingen of lasten worden opgelegd, of waar uit mijn naam als burger wordt gehandeld. De overheid kan veel meer maatschappelijke activiteiten, zorg en projecten met betrekking tot de publieke ruimte aan burgerinitiatieven overlaten. Maar dat houdt op bij verplichtingen, beperkingen en lasten die de overheid mij als burger oplegt.” Met andere woorden: “de overheid is de enige die mij tegen mijn wil ergens toe kan verplichten”, en dat wil Donner graag zo houden.

Blase heeft kritiek op Donner’s opvatting dat besluitvorming vaak te complex is en burgers geen zin en tijd hebben om dagelijks op de hoogte te zijn en mee te moeten beslissen. Deze opvatting dat: “het bestuur voor gewone mensen toch niet te begrijpen is”.  Volgens Blase kunnen “juist bij de voorbereiding van de besluitvorming (en afhankelijk van het vraagstuk) alle vormen van deskundigheid worden ingezet, geconsulteerd en betrokken, maar dat  hoeft niet te betekenen dat de besluitvorming zelf door diezelfde deskundigen hoeft te worden gedaan. Sterker nog: bij voorkeur niet! Juist in de besluitvorming kan gezocht worden naar een evenwicht van hoofd en hart (en van kennis en ervaring). De invulling daarvan kan per vraagstuk variëren.” Dat verhoogt volgens Blase de kwaliteit en het draagvlak van de besluiten.

Donner vindt de vernieuwingsdrag van Bert Blase aanstekelijk maar vindt zijn suggesties wel wat vaag. Toch geeft hij toe dat ook de representatieve democratie niet helemaal naar behoren functioneert: “we hebben de mogelijkheden om veranderingen tegen te houden soms groter gemaakt dan het vermogen om verbeteringen in gang te zetten. Maar dat betekent niet dat we regels en procedures terzijde moeten schuiven met een beroep op het enthousiasme van betrokken burgers.”

Voor zover er sprake is van een tegenstelling tussen Blase en Donner is het een functionele. Blase staat voor het experiment en de vernieuwing, Donner voor de bescherming van de ene burger tegen de andere via de bestaande instituties.

Wie het hele verhaal wil lezen kan het hier downloaden.

Share This