Het 2e Nationale Burgerberaad gaat op 18 januari van start. In ons lustrumjaar een extra reden om feest te vieren, vinden wij. Of moeten we het burgerberaad toch maar bij het grofvuil zetten, zoals sommige columnisten en wetenschappers lijken te suggereren?
19 jaar geleden schreef Nederland wereldwijd geschiedenis met de organisatie van het 1e Burgerberaad op nationale schaal: het Burgerforum Kiesstelsel. Sinds de 1e G1000 in 2014 zien we elk jaar een groeiend aantal burgerberaden. Het Nationale Burgerberaad vormt zo bezien een bekroning van de inspanningen van de afgelopen jaren om het burgerberaad geaccepteerd te krijgen in Nederland.
Niet iedereen is er bij voorbaat gerust op dat dit burgerberaad ook werkelijk gaat bijdragen. In de pers verschijnen naast enthousiaste support ook kritische beschouwingen. Hoofdpunten daarin zijn dat een burgerberaad toch vooral een ‘feestje is voor de participatie-elite’. Dat we ‘heus niet moeten denken dat met de organisatie van een burgerberaad het vertrouwen van de burger hersteld is’. En dat op de koop toe de organisatie van een burgerberaad ‘ook nog eens de positie van de volksvertegenwoordiging ondermijnd wordt. Laten we deze punten één voor één nalopen:
Participatie-elite vs. een dwarsdoorsnede van de gemeenschap
Een hardnekkige mythe die ons achtervolgt sinds een respectabel wetenschapper dit publiekelijk, zonder verdere onderbouwing, ergens in 2015 hardop heeft geroepen. Het blijkt heel goed mogelijk om een goede vertegenwoordiging van de diversiteit van de gemeenschap in de zaal te krijgen. Toegegeven: daar moet je als organisatie dan wel je best voor doen. Loten, stratificeren, gerichte campagne op achterblijvende groepen in de aanmeldingen, deelnamevergoedingen, buddy-vervoer, kinderoppas, prikkelarme rustruimte, passende catering horen tegenwoordig allemaal tot het standaardrepertoire van elk zichzelf respecterend burgerberaad.
Maar het belangrijkst: een onderwerp kiezen waarvan de urgentie in de gemeenschap breed gevoeld wordt. Want mensen melden zich alleen aan als het onderwerp van het burgerberaad hen aan. Wat dat betreft had het 1e nationale burgerberaad misschien beter over de hoogte van de energierekening kunnen gaan dan over het klimaat….
Herstel van vertrouwen
Twee benaderingen
Ik ben het met de criticasters eens dat het nog maar de vraag is of en hoe het nationale burgerberaad hieraan gaat bijdragen. De belofte van ‘herstel van vertrouwen’ wordt tegenwoordig op zowat elk burgerberaad geplakt. Maar of die belofte vervolgens ook – blijvend – waargemaakt wordt, hangt echt af van de manier waarop het burgerberaad ingericht is én de intentie waarmee het georganiseerd wordt. Is het burgerberaad vooral gericht op het ’ophalen’ van informatie, bijvoorbeeld voor een concrete beleidsvraag, dan zal het effect op herstel van vertrouwen beperkt zijn. Is het burgerberaad daarentegen daadwerkelijk gericht op het herstel van vertrouwen en vormt de inrichting daar een weerspiegeling van, dan mag je een blijvend effect verwachten. Omdat de overheid dan de bereidheid laat zien om zich écht anders te verhouden.
…gesloten?
Hoe herken je deze verschillende benaderingen in de praktijk? In het eerste geval door:
- Een precieze vraag, waarover vooraf uitgebreid overleg heeft plaats gevonden
- Kaders en randvoorwaarden,
- Een van tevoren uitgewerkte agenda,
- Uitgebreide informatievoorziening vooraf over het onderwerp
- Gespreksleiders aan de tafels die ervoor zorgen dat het gesprek gaat over het onderwerp waarover het moet gaan.
Dit leidt tot een zo ’efficiënt’ mogelijk proces, gericht op het produceren van de ’juiste’ opbrengst, namelijk pasklare input voor het beleidsproces. We noemen dit ook wel de ’gesloten’ benadering.
…of open?
Een burgerberaad dat gericht is op het herstel van vertrouwen kent vooral een ’open’ benadering. Het enige wat vooraf vaststaat is het onderwerp. Dit onderwerp wordt niet gekozen op basis van een uitgebreide politiek afweging, maar dient zich aan als een gedeeld urgent vraagstuk in de gemeenschap. Voor de inrichting van het proces betekent de open benadering bijvoorbeeld het volgende:
- De deelnemers bepalen zelf met elkaar waar zij het over willen hebben.
- Informatie wordt pas verstrekt tijdens het proces van deliberatie en, op basis van de behoefte van de deelnemers zelf
- Gespreksbegeleiding is beschikbaar wanneer de deelnemers daar zelf om vragen.
In deze opzet is het maken van ruimte voor de autonomie van de deelnemers bepalend.
Wil je écht vertrouwen bouwen, dan neem je als overheid ook nog zelf deel aan het beraad. En ga je als politicus, ambtenaar of bestuurder in het beraad in gesprek met je burgers. Op die manier plaats je je als overheid in de gemeenschap. Deze opstelling én het directe contact, worden door de deelnemers en de grotere gemeenschap er omheen gewaardeerd en geven in een daadwerkelijk nieuwe verhouding tussen overheid en burgers. Gek genoeg ook aan de kant van de overheid: ook daar neemt het vertrouwen in de burgers significant toe na deelname aan een burgerberaad!
Ondermijning van de volksvertegenwoordiging.
Dit argument is 2 jaar geleden voor het eerst naar voren gebracht door een Groningse bestuurskundige, haar naam is mij ontschoten. Ik moest echt even bijkomen toen ik dat voor het eerst las. Een beter voorbeeld van het bestaan van verschillende werkelijkheden kon ik even niet bedenken. Maar aangezien ik van huis uit ook getraind ben in het systeemdenken, kon ik na enige tijd inderdaad een lijn ontdekken in haar argumentatie: als een ander gremium dan de gekozen volksvertegenwoordiging zich namens de gemeenschap uitspreekt over een politiek onderwerp, dan kan dit als concurrerend ervaren worden voor die volksvertegenwoordiging.
Opdracht van de volkvertenwoordiging
Dit probleem is eenvoudig op te lossen: als de volksvertegenwoordiging zelf vraagt om een uitspraak van een burgerberaad en in haar besluitvorming de uitkomsten van het burgerberaad vervolgens op een verstandige manier betrekt, dan wordt haar positie zeker niet aangetast en heeft zij die zelfs versterkt. Omdat haar legitimiteit niet langer alleen rust op een mandaat van de kiezer, maar aangevuld wordt met een uitspraak van het burgerberaad.
Onafhankelijkheid
Dit veronderstelt wel dat de volksvertegenwoordiging vrij is om zich tot de uitspraak van het burgerberaad te verhouden en uitkomsten af te wijzen als die haar niet passen. Reden waarom wij een warm voorstander zijn van een echt onafhankelijke positie van het burgerberaad. Alleen dan heeft de volksvertegenwoordiging haar handen vrij om na afloop van het beraad in relatieve vrijheid haar positie ten opzichte van de uitkomsten te bepalen. In alle andere situaties heeft zij zichzelf vooraf medeplichtig gemaakt aan het beraad en aan de uitkomsten, met alle consequenties van dien. Voor zo’n onafhankelijke positionering is wel meer nodig dan alleen het inzetten van een onafhankelijk voorzitter.
Een burgerberaad: geen sinecure
Kortom: een goed burgerberaad is heus geen sinecure, maar de resultaten tot nu toe geven alle aanleiding om er volle kracht mee door te gaan! Want als alles dan goed op z’n plek valt zijn er alleen maar winnaars: een bestuur wat krachtdadiger kan opereren, een raad met een steviger mandaat, ambtenaren die in een veel prettiger relatie met burgers samen kunnen werken en burgers die de overheid weer begrijpen. We zijn met z’n allen nog volop in de pioniersfase en er zullen vast nog heel veel dingen niet goed gaan in de komende jaren. Maar deze mooie en nieuwe manier om ons allemaal weer bij elkaar te brengen en polarisatie en wantrouwen te doorbreken niet zomaar even op een achternamiddag afschrijven.
Harm van Dijk
Amersfoort, januari 2025
