30 november sprak Job Cohen ter gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar van de Thorbecke-leerstoel voor lokaal en regionaal bestuur. 4 jaar geleden, bij zijn aanstelling, sprak hij zich al onomwonden uit over de potentie van de G1000. Na uitgebreid onderzoek en evaluatie van onze inspanningen deed hij dat tijdens zijn afscheid opnieuw en onderstreepte hij het belang van dialoog en het werken aan ’common ground’ zoals wij dat bij de G1000 ook doen.

‘Ik bespreek eerst de beleidsbeïnvloedende participatie, waarvan de G1000, die een belangrijke rol speelde in mijn oratie, een mooi voorbeeld is geworden. Begonnen als burger- initiatief, onafhankelijk van de overheid, heeft die zich onder leiding van Harm van Dijk ontwikkeld tot een professioneel instrument dat daadwerkelijk invloed op dat overheidsbeleid wil en kan uitoefenen. In een onderzoek naar de resultaten van de eerste in Nederland gehouden G1000-en – dat ik in mijn oratie al aankondigde – kwamen wij tot de conclusie dat het naar onze mening verstandig zou zijn om bij de voorbereiding van een G1000 (1) duidelijk te zijn over de uitgangspunten van de G1000 – specifiek of algemeen
–, (2) duidelijk te zijn voor wie de resultaten bedoeld zijn – zelf aan de slag of de lokale politiek beïnvloeden –, (3) tevoren zo veel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de selectie van de te behandelen onderwerpen, en, ten slotte, (4) zo mogelijk informatie vooraf te verschaffen over de thema’s, waardoor tijdens de bijeenkomst(en) dieper op een onderwerp of onderwerpen kan worden ingegaan.5

Dat is nadien ook gebeurd en heeft zijn vruchten afgeworpen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een G1000 in Enschede over de viering van oud en nieuw en het afsteken van vuurwerk. Deze G1000 heeft geresulteerd in een burgerbesluit dat door de gemeenteraad is overgenomen en voorstellen behelst voor de wijze waarop in de stad met vuurwerk wordt omgegaan en, zo is mij verteld, geleid heeft tot minder overlast rond oud en nieuw. En de G1000 in Steenwijkerland over de vraag hoe deze gemeente energieneutraal kan worden gemaakt, heeft geresulteerd in een burgerbesluit met een aantal voorstellen terzake die aan de burgemeester zijn aangeboden. Wanneer ik zie welke G1000-en er in verschiet liggen – met dank aan Harm van Dijk die mij daarover inlichtte -, dan wordt die weg verder bewandeld. Zo wordt er in nauw overleg met de gemeente een G1000Heerenveen voorbereid; is in Brabant, op instigatie van GS, een Voedsel1000 in voorbereiding, gericht op het hele professionele landbouw- en natuurveld; en worden de mogelijkheden van een Zorg1000 onderzocht om burgers te betrekken bij de keuzes die op dit terrein gemaakt moeten worden – om een drietal activiteiten te memoreren die de organisatie van G1000.nu onderhanden heeft.

Met nadruk wil ik hier ook aandacht besteden aan de procedurele kanten van de G1000. Enerzijds concludeerden wij in ons eerder genoemde onderzoek dat het nog niet zo eenvoudig is om daadwerkelijk een goede afspiegeling van de bevolking aan tafel te krijgen: loting is, zo concludeerde ik al in mijn oratie, weliswaar een interessant middel, maar de daadwerkelijke realisatie daarvan is bepaald lastig, zo zagen wij ook in ons onderzoek.

Dat vergt heel veel energie, terwijl succes lang niet altijd verzekerd is – iets dat uiteraard ook geldt voor andere vormen van burgerparticipatie. Anderzijds kan niet anders dan met grote waardering gekeken worden naar de wijze van werken die bij iedere G1000 gehanteerd wordt. Uitgangspunt daarbij is de dialoog, en niet het debat: zoek naar overeenkomsten, niet naar verschillen. Probeer de dialoog zo goed mogelijk voorbereid aan te gaan; laat zo mogelijk deskundigen tevoren informatie aanreiken. Kijk niet wie het beste en het sterkste zijn argumenten ter tafel kan brengen, maar zoek common ground, zoek gemeenschappelijkheid. Sta open voor argumenten en standpunten van de ander, probeer ze zo goed mogelijk te begrijpen – wat uiteraard niet hoeft te betekenen dat die standpunten gedeeld worden. Ik citeer de conclusies van ons onderzoek:
“Kortom, de processen die aan een G1000 ten grondslag liggen, bieden een uitstekende basis om de kloof tussen burgers en bestuur aan te pakken. Wanneer bijeenkomsten georganiseerd worden die ten doel hebben om burgers serieus te betrekken bij onderwerpen die voor hen van belang zijn, dan zijn de hier beschreven kenmerken essentieel voor die organisatie. De organisatoren zullen de nodige tijd en energie moeten steken in het laten deelnemen van juist die groepen die dat niet uit zichzelf zullen doen, zij zullen het grote belang van deelname moeten benadrukken, een belang dat alleen maar erkend zal worden als er resultaten geboekt worden. En tijdens die bijeenkomsten zullen zij er uitdrukkelijk op moeten toezien dat dan alle deelnemers tot hun recht komen: de taalvaardigen, maar ook diegenen die dat minder zijn; degenen met een grote mond, maar ook degenen die met meer bescheidenheid acteren. In die zin is het fenomeen van de G1000 precies op tijd in ons land ontwikkeld. De eerste ervaringen ermee, en de bestudering van het fenomeen waarvan wij in deze bundel verslag doen, leiden tot enkele bijstellingen die juist in de komende tijd buitengewoon welkom kunnen zijn. De urgentie van de vluchtelingencrisis,6 de op tal van plaatsen in de media gesignaleerde boosheid van een forse groep burgers, de noodzaak om die aan te pakken, vragen om procedures die ons kunnen helpen. De aanpak volgens de G1000 biedt daarvoor zeker handvatten.“7

Ik sta hier iets uitvoeriger bij stil, omdat dit een aanpak is die een veel bredere impact kan hebben dan alleen een vorm die gebruikt wordt bij het betrekken van burgers bij beleid. Juist in een tijd waarin tegenstellingen in de samenleving scherp naar voren komen, verdient het aanbeveling om niet de scherpte van die tegenstellingen op te zoeken, maar, opnieuw, te zoeken naar common ground. Op dit moment is het niet de vluchtelingencrisis die in het centrum van de belangstelling staat – die kan trouwens zo maar weer komen -, maar de discussie over Zwarte Piet. De roep om dialoog – nee, géén debat – tussen voor- en tegenstanders klinkt hier harder dan ooit tevoren – zeker na de intocht van Sinterklaas in het weekend van 17-18 november jl. Zie de fraaie column van Tommy Wieringa in NRCH van dat weekend, zie ook Tom Jan Meeus in zijn rubriek Haagse invloeden, opnieuw in NRCH, maar nu van afgelopen zaterdag, waarin hij zich afzet tegen de zgn. algoritme-democratie: “het algoritme waarmee nieuwe media conflict en radicaliteit belonen, en saaiheid en beschaving afstraffen”.

Het is nu net een maand geleden dat Wim Kok, van wie ook ik een groot bewonderaar was, overleed. Hij was een meester in het zoeken naar die gemeenschappelijkheid. In veel van de commentaren naar aanleiding van zijn overlijden werd die verbindende kracht gememoreerd, waarbij er ook op werd gewezen dat die tijd achter ons ligt. Het mag zo zijn, maar laat de herinnering aan Wim Kok er een zijn dat het zoeken naar gemeenschappelijkheid de samenleving heel veel goeds kan brengen. En ja, dan is het van het allergrootste belang om werkelijk alle stemmen in de samenleving te horen. Ik haal nog steeds graag het belangrijkste woord aan dat mijn kabinetschef uit de tijd dat ik burgemeester van Amsterdam was, mij met regelmaat in het oor fluisterde: aandacht. Aandacht voor de ander, luisteren. Aandacht, precies dat woord is de kern van een dialoog.’

 

De volledige afscheidsrede van Job Cohen

Share This