Door Johannes Ten Hoor

Voor mijn masterthesis politieke wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen heb ik onderzoek gedaan naar de G1000 in Nederland. Waar veel onderzoeken zich richten op de procedures en uitkomsten van dergelijke burgerinitiatieven, was ik juist geïnteresseerd in de ervaringen van deelnemers. Tegelijkertijd komt mijn interesse voort uit de filosofische ideeën die ten grondslag liggen aan initiatieven als de G1000, namelijk de deliberatieve democratietheorie. Dat bracht mij tot de volgende vraag: Hoe evalueren deelnemers een G1000, en in hoeverre hangt die evaluatie samen met de deliberatieve waarden die in de theorie over deliberatieve democratie van belang zijn?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik gebruik gemaakt van de surveydata die in opdracht van de G1000 verzameld is. Ik heb me gefocust op de G1000’en in Amersfoort, Uden en Groningen en de Burgertop Amsterdam (van deze G1000 was de data beschikbaar op het moment dat ik begon met mijn analyses).

Uit de analyse van de surveydata blijkt dat deelnemers positief zijn over een G1000. De meeste deelnemers achten het zeer waarschijnlijk dat ze deelname aan een G1000 zullen aanbevelen. Daaruit kan afgeleid worden dat deelname aan een G1000 positief wordt geëvalueerd. Daarnaast geeft het merendeel van de deelnemers aan dat ze zich bij deelname aan een G1000 vrij voelden hun mening te uiten, dat ze zich gehoord voelden en dat hun gesprekspartners een constructieve bijdrage leverden aan de dialoog. Alleen de evaluatie van de selectiemethode laat een kritischer beeld zien: een significant deel van de deelnemers geeft aan hier gematigd of niet tevreden over te zijn. De voornaamste verklaring hiervoor is dat de procedures niet transparant waren en bovendien gevoelig voor manipulatie.

De analyse toont aan dat er een significante positieve correlatie is tussen de evaluatie van de deliberatieve waarden en de waarschijnlijkheid dat men deelname aan een G1000 aan anderen zal aanbevelen. Bovendien geven deelnemers die zich na afloop van een G1000 hebben aangemeld voor het vervolgproces een hogere score op al deze punten. Dit effect geldt het sterkst voor de evaluatie van de selectiemethode – juist een element in de G1000 dat het meest afwijkt van de deliberatieve waarden. Dat wijst erop dat deliberatie eraan bijdraagt dat deelnemers bereid zijn zelf met de resultaten van een G1000 aan het werk te gaan, en deliberatie dus een positief effect kan hebben op de bereidheid van burgers zelf verantwoordelijkheid te dragen binnen hun lokale gemeenschap.

In het laatste deel van mijn onderzoek stel ik nog een aantal meer theoretische discussiepunten aan de orde. Mooi voer voor een (of meerdere) vervolgblog(s). Voor nu: het hele onderzoek is hier of via mijn Academia-account te lezen!

Share This